kasstroom

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kas·stroom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kasstroom kasstromen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kasstroom m

  1. (economie) de in- en uitstroom van liquide middelen van een onderneming
     Maar grotere en interessantere stromen werden gegenereerd door het dochterbedrijf Mercurius met zijn lopende effectenbeheer, waarbij de kasstroom werd geproduceerd door korte zaken met snelle winsten en de optiehandel, inclusief die met synthetische opties, terwijl effecten waarvan verwacht werd dat ze een grotere maar langlopendere waardevermeerdering zouden creëren vanzelfsprekend langzamer werkten.[1]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “De tweede doodzonde” (2020), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044645149