karakteriseren

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·rak·te·ri·se·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
karakteriseren
karakteriseerde
gekarakteriseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

karakteriseren [1]

  1. overgankelijk kenmerken
     Het artikel was geschreven door Amy Morin, een Amerikaanse psychotherapeut en schrijver, die een checklist ontwikkelde van 13 dingen die mentaal sterke mensen karakteriseren.[2]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be