kapotgaan

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·pot·gaan
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kapotgaan
ging kapot
kapotgegaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

kapotgaan

  1. beschadigd raken waardoor iets niet meer functioneert
    • Als je een kopje laat vallen gaat het kapot. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.