Nederlands

 
ijshut
Uitspraak
Woordafbreking
  • ijs·hut
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ijshut ijshutten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ijshut v/m

  1. een ruimte gemaakt van ijs
    • Tirol kent honderden hotels voorzien van de meest luxe voorzieningen. Voor de avonturiers die echter een keer iets heel anders willen, is een nacht in een iglo een must. Met het ‘Slapen als een Eskimo’-avontuur trek je met een berggids de bergen in, bouw je jouw eigen iglo en breng je vervolgens de nacht door in deze ijshut. Warme winterkleding is tijdens deze trektocht wel handig. [1] 
    • Omdat je binnen een ijshut nu eenmaal niet voldoende licht hebt en geen warme filmlampen kunt opstellen, liet Flaherty de jager Nanook op de Poolvlakte een iglo bouwen die aan één kant helemaal open was. En het kleumende eskimo-gezin maar beschutte gezelligheid suggereren. [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. De Telegraaf 23 okt. 2015 Tirol: het kloppende hart van de Alpen
  2. NRC Raymond van den Boogaard 21 november 1996 Elke dag 1 april
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be