hoornvlies

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoorn·vlies
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hoornvlies hoornvliezen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

hoornvlies o [1]

  1. (anatomie) vlies dat de oogbal grotendeels omgeeft en aan de voorzijde daarvan doorzichtig is
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen