grijparm

Nederlands

 
[1] grijparm deel van een graafmachine
 
[2] octopus met grijparmen
 
[3] grijparm van een robot
Uitspraak
Woordafbreking
  • grijp·arm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord grijparm grijparmen
verkleinwoord grijparmpje grijparmpjes

Zelfstandig naamwoord

grijparm m [1]

  1. deel van een hijskraan, takelwagen of graafmachine
    • Sommige geluiden kun je reconstrueren zonder ze zelf gehoord te hebben. Het geluid dat me afgelopen week heeft achtervolgd is de doffe bonk van een ezel die uit een grijparm in een stalen bak valt. Vlak voordat mijn allerliefste ezelin zou verhuizen van het Noord-Franse dorpje, waar ik tot voor kort een huisje had, naar de Ezelsociëteit in Zeist, waar hulpbehoevende ezels uit alle windstreken welkom zijn, is ze bezweken. Op vrijdag streelde ik nog haar oren, op maandag zakte ze door haar benen en is nooit meer opgestaan. Op Goede Vrijdag kreeg ze een spuitje.[2] 
  2. deel van een octopus
  3. deel van een machine of robot dat kan iets kan pakken
    • Industriële robots - grijparmen in fabrieken - zijn louter functioneel, schrijft Mori; ze lijken niet op mensen en we voelen ons niet met hen verwant. Speelgoedrobots zijn expres aantrekkelijk gemaakt, en ze lijken een beetje op mensen (met een gezicht, twee armen, twee benen en een torso). Maar een prothetische hand, vervolgt Mori, ziet er op het eerste gezicht wel echt uit, maar blijkt dat dan toch niet te zijn - dat is eng. Met bunraku-poppen, Japanse theaterpoppen, leven mensen dan weer mee. Helemaal rechts in de grafiek bij zijn artikel zette Mori de gezonde mens: die zou het meest op een mens lijken én de meeste affiniteit oproepen.[3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Monique Snoeijen 6 april 2013
  3. NRC Ellen de Bruin 26 februari 2016
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be