getjilp


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·tjilp
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord getjilp
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

getjilp o [1]

  1. het aanhoudend kwetteren en zingen van kleine vogels
    • De twee minuten stilte om acht uur zijn indrukwekkend. Slechts het getjilp van vogels in de omringende bomen is te horen. Na de plechtigheid geef ik leiding aan een stoet die een ronde maakt langs de graven op het ereveld. [2] 
    • Samen bewegen ze om de kraag van riet heen, gedreven door het getjilp van de zeldzame vogel, die zich ergens onder bij de stengels van het riet bevindt. [3] 
    • Het is stil in de Boekelose dreven. Waar volgende week zaterdag dik 65.000 toeschouwers rondbanjeren, verstoort nu slechts het getjilp van vogels de rust. [4] 
    • De Amsterdammers hebben de huismus als lieveling, vertelt Daalder. De vogel staat op de Rode Lijst. Het getjilp geeft een buitengevoel, legt Daalder uit. Talloze mensen hangen vogelhuisjes op en letten op de beplanting. 'Om sommige soorten te vinden moet je over een tijdje niet meer naar de Veluwe maar naar Amsterdam.' [5] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Reformatorisch Dagblad Bert Monster 04-05-2013 Militaire Ereveld Grebbeberg gereed voor herdenking
  3. Tubantia Saminna van den Bulk 20-03-17 Op zoek naar de ‘Ferrari onder de vogels’
  4. Tubantia A.Kunst Angelique Kunst 01-10-09 Boekelo boven de Spelen van Londen
  5. Tubantia 17-06-12 'Amsterdam is een natuurreservaat'
  6.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be