geschenkverpakking


Nederlands

 
geschenkverpakking
Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·schenk·ver·pak·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geschenkverpakking geschenkverpakkingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

geschenkverpakking v [1]

  1. feestelijke verpakking van iets dat men als cadeau wil geven
     Vanaf een balkon ergens boven ons riep Maud Cossaar met geheven armen en de dictie van een diva uit het interbellum: 'Wat heb jij-ij... een stralend gezinnetje'Wat Jeanine niet wist, was dat Tonio hetzelfde model auto, en in dezelfde kleur (geel), al eens door zijn vader opgestuurd had gekregen, in eendere geschenkverpakking.[2]
     Fruit geldt als een luxeproduct in Japan. Een fraai ingepakt kistje aardbeien van 50 euro of een meloen van 125 euro in exclusieve geschenkverpakking is een bijzonder cadeau voor een familielid, vriend of zakenrelatie.[3]
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. A.F.Th. van der Heijden   “Tonio : een requiemroman” (2011), De Bezige Bij  , ISBN 9789023467014
  3.   Weblink bron “Twee mango's? Dat is dan 2400 euro alstublieft” (14-04-2015), NOS