• eu·ro·cri·sis
enkelvoud meervoud
naamwoord eurocrisis eurocrisissen
eurocrises
verkleinwoord eurocrisisje eurocrisisjes

de eurocrisisv

  1. (politiek) een crisis in Europa
  2. (politiek) een crisis in de Europese Unie
  3. (politiek) (economie) een crisis ten aanzien van de munteenheid de euro
    • Eind 2009 brak er een eurocrisis uit rond de te hoge Europese staatsschulden in de eurozone.