estafette

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • es·ta·fet·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord estafette estafetten
estafettes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

estafette v / m [2]

  1. (sport) wedstrijd tussen verschillende teams waarbij leden van een team achtereenvolgens een deel van de totaalafstand afleggen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen