eilandgebied


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ei·land·ge·bied
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eilandgebied eilandgebieden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

eilandgebied o

  1. een bestuurlijke eenheid in de voormalige Nederlandse Antillen, vergelijkbaar met een Nederlandse gemeente, maar met aanzienlijk meer autonomie
    • Lucille George-Wout is maandagmiddag op paleis Noordeinde door koning Willem-Alexander beëdigd als gouverneur van Curaçao. Het Eilandgebied heeft daarmee vlak voor het koninklijk kennismakingsbezoek op 18 en 19 november weer een volwaardig gouverneur. Lucille George-Wout is de eerste vrouw die die positie bekleedt. [1] 
    • Van Leeuwen was doctor in de juridische wetenschappen. Hij studeerde in Leiden, waarna hij in 1950 promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkte op Curaçao als hoofd Algemene en Juridische Zaken en fungeerde als secretaris van het Eilandgebied. [2] 
  2. deel van een land dat bestaat uit één of meer eilanden
    • Marco Rubio heeft zaterdag de Republikeinse voorverkiezingen in Washington DC gewonnen. Zijn opponent Ted Cruz ging er in de staat Wyoming met de winst vandoor. Bij de Democraten kreeg Hillary Clinton op de Noordelijke Marianen, een eilandgebied van de Verenigde Staten, de meeste stemmen. [3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen