• card
  • van het Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord card cards
verkleinwoord cardje cardjes

card m/v o

  1. kaartje
  2. Kaartje dat elektronisch verwerkt kan worden doordat het is voorzien van een chip (vroeger: magneetstrip) en gebruikt kan worden als betaalmiddel, identiteitsbewijs, toegangsbewijs e.d


enkelvoud meervoud
card cards

card

  1. kaart