bundelzwam

Pholiota nameko

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bun·del·zwam
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bundelzwam bundelzwammen
verkleinwoord bundelzwammetje bundelzwammetjes

Zelfstandig naamwoord

bundelzwam

  1. (schimmels) (voeding) Pholiota nameko   een van oorsprong Japanse paddenstoel die op kleine schaal wordt geteeld in Nederland en België met een kleine roodbruine hoed en dunne lichtbruine steel. Het is een appetijtelijke, knapperige paddenstoel, die in zijn geheel gegeten kan worden en erg geschikt is voor soepen of ragouts.
Synoniemen

Gangbaarheid