breigaren


Nederlands

 
breigaren
Uitspraak
Woordafbreking
  • brei·ga·ren
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord breigaren breigarens
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

breigaren o

  1. draad die men kan gebruiken voor het breien
    • Het doe-het-zelf pakket bestaat uit een geschenkverpakking met drie knotten breigaren (rood, wit en blauw), een set breipennen en een patronenboekje. Daarmee hebben beginnende breisters volgens de sociëteit alle benodigdheden in huis om zelf een paar Grolse wanten te breien. [1] 
    • Creat-yv verkoopt allerlei hobby- en handwerkartikelen, stoffen, fournituren, breigaren, kralen, sieraden, sjaals, tassen en baby-artikelen. Daarnaast zijn er creatieve workshops. "Mensen zien spullen in de winkel en zeggen: o, maar dát kan ik niet. Dan beginnen ze met een workshop en maken ze echte kunstwerken." [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen