bosbeheer

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bos·be·heer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bosbeheer -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bosbeheer o

  1. het nemen van alle maatregelen die nodig zijn om een bos in stand te houden
  2. dienst die voornoemde functie vervult

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be