bloembed

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bloem·bed
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bloembed bloembedden
verkleinwoord bloembedje bloembedjes

Zelfstandig naamwoord

bloembed o

  1. Bloemperk. Een begrensd stukje grond dat men bloemen beplant is.
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be