• be·spren·ke·len

besprenkelen

  1. overgankelijk druppels van een vloeistof ergens over strooien
    • De planten werden besprenkeld met water. 
  2. (figuurlijk) iets overheen strooien
     Het schijnsel van de maan besprenkelde hun omgeving met een sprookjesachtig licht.[1]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[2]