• be·schei·den·heid
enkelvoud meervoud
naamwoord bescheidenheid
verkleinwoord

de bescheidenheidv

  1. het de eigen verworvenheden kleiner voorstellen dan zij zijn
    • De man die generaties heeft laten schuddebuiken van het lachen is opgetrokken uit bijna banale bescheidenheid. [1] 
  1. Tubantia Arno Gelder 19-08-17 André van Duin, de komiek van alle generaties