bergplaats

bergplaats [1]
bergplaats [2]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • berg·plaats
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bergplaats bergplaatsen
verkleinwoord bergplaatsje bergplaatsjes

Zelfstandig naamwoord

bergplaats v/m

  1. opbergplaats, plaats om zaken op te kunnen slaan
    • Een bergplaats kan makkelijk veranderen in een rommelhok. 
  2. Een plaats (dorp of stad) in de bergen
    • Veel bergplaatsen zijn bekend van de vakantie. 


Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be