benefactief

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ne·fac·tief
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord benefactief benefactieven
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

benefactief m

  1. (taalkunde) een naamval die de begunstigde partij uitdrukt
    • Het Baskisch kent een benefactief. 
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie