belladonna

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bel·la·don·na
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘wolfskers’ voor het eerst aangetroffen in 1775 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord belladonna belladonna's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

belladonna v / m [3]

  1. (plantkunde) Atropa belladonna   wolfskers
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen


Fins

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

belladonna

  1. (plantkunde) Atropa belladonna   wolfskers

Meer informatie


Italiaans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

belladonna

  1. (plantkunde) Atropa belladonna   wolfskers

Meer informatie


Zweeds

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

belladonna

  1. (plantkunde) Atropa belladonna   wolfskers

Meer informatie