Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·dekt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van bedekken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
bedekken

bedekt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedekken
    • Jij bedekt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedekken
    • Hij bedekt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van bedekken
    • Bedekt! 
vervoeging van: bedekken…
verbogen vorm: bedekte

bedekt

  1. voltooid deelwoord van bedekken
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bedekt bedekter bedektst
verbogen bedekte bedektere bedektste
partitief bedekts bedekters -

Bijvoeglijk naamwoord

bedekt

  1. met iets eroverheen, zodat je het niet ziet
    • Zoals aangegeven, ziet de regering het als een maatschappelijke norm dat burgers elkaar in bepaalde situaties niet met bedekt gezicht tegemoet treden, elkaar kunnen herkennen en in het gezicht kunnen kijken. [1]
     Zo ver je kon kijken waren de bergen bedekt met sneeuw, fonkelend in de ochtendzon.[2]
  2. met iets dat het beschermt
    • Rond de hele vesting liep een bedekte weg achter een aarden wal. 
  3. niet openlijk
    • De uitbundige lof voor haar inzet was ook een bedekt verwijt aan haar man, die nooit iets deed. 
Antoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. kamerstuk 34 349 Instelling van een gedeeltelijk verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding in het onderwijs, het openbaar vervoer, overheidsgebouwen en de zorg (Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding) nr. 3 Memorie van toelichting; onder 3. Noodzaak gedeeltelijk verbod; geraadpleegd 2016-04-09
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be