beatbox

Nederlands

 
beatboxer
Uitspraak
Woordafbreking
  • beat·box
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beatbox beatboxen
verkleinwoord beatboxje beatboxjes

Zelfstandig naamwoord

beatbox m

  1. met de menselijke stem en een microfoon percussie instrumenten nadoen zoals gebruikelijk bij hiphop muziek
    • Het welwillende publiek snapte er niets van. Slechts driemaal kwam Lidell in wapperende regenjas achter zijn cockpit vandaan om zijn gezicht te tonen. Met schokkende dansbewegingen bracht hij ouderwetse samplemuziek met human beatbox-effecten en sirenes. Jazztrompetten schalden ingeblikt uit de speakers. Zijn hit, tot het laatst bewaard, werd verhaspeld tot een serie nauwelijks herkenbare flarden in een jamsessie zonder medespelers. Met soul had het helemaal niets meer van doen.[2] 
  2. eerste generatie elektronische drummachine
    • En zoals de meeste hoofdsteden in Europa is ook Berlijn in het warme seizoen tevens een evenementenpark. Dus kan men aan de ‘Alex’ in een strandtent op een ligstoel genieten van straatmuziek. Of base flyen vanaf het dak van het 125 meter hoge Park Inn hotel. Je kunt er braadworst kopen van een van de lopende braadworstwinkels. Of een uniformpet van de Oost-Duitse grenspolitie bij een van de marskramers naast de grote warenhuizen Alexia of Galleria. En ’s avond heerst er bij de fontein een kampvuursfeertje terwijl groepen jongens langskomen met kratten bier en beatboxen in hun bakfietsen.[3]  

Werkwoord

vervoeging van
beatboxen

beatbox

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beatboxen
    • Ik beatbox. 
  2. gebiedende wijs van beatboxen
    • Beatbox! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beatboxen
    • Beatbox je? 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. beatbox op website: Etymologiebank.nl
  2. NRC Jan Vollaard 14 maart 2013
  3. NRC Frank Vermeulen 22 augustus 2013
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be