bakolie

Een scheutje bakolie in een braadpan

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bak·olie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bakolie bakoliën
bakolies
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bakolie v/m

  1. (voeding) olie waarin men voedsel kan bakken
    • In de fritesoven van Aviko in het Limburgse Lomm heeft zondag brand gewoed. Volgens de brandweer stond duizend liter bakolie in brand.[1] 
    • Biodiesel is eenvoudig te maken uit gebruikt frituurvet en bakolie. De waterschappen vragen al jaren om het gebruikte vet in te leveren, maar desondanks ontstaan elk jaar kostbare storingen in de waterzuivering door vastgekoekt vet in het riool. Verwijderen van een liter vet uit afvalwater kost een schap 2,80 euro.[2] 
    • Vluchtelingen in Bangui proberen een voedseldistributiecentrum binnen te dringen. Sinds dinsdag krijgen zij van de Verenigde Naties rijst, bakolie, matten om op te slapen en andere spullen.[3] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. de Telegraaf 03 sep. 2017
  2. de Telegraaf 29 dec. 2015
  3. NRC 9 januari 2014
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be