Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • as·la·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aslade aslades
asladen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aslade v/m [1]

  1. een metalen bak waarin de as van een kolen- of houtkachel wordt verzamelt; de asbak van een kachel
    • De volksjury van het hof van assisen in Leuven heeft Morgan Schreurs (40) woensdagnamiddag schuldig bevonden aan roofmoord. De beschuldigde sloeg op 14 november 1999 in Zaventem met een aslade het hoofd in van Jane Heupgen (27). Procureur-generaal Marcel Verbelen zag geen verzachtende omstandigheden en vroeg levenslang. [2] 
    • Hans wrikte de garagepoort open, dook in de auto, stootte zijn hoofd, en vloekte. Een motor ging hoesten. Een auto schoot vooruit, dan weer achteruit de helling op naar de straat. Bleef daar dan zo hangen met slippende wielen op de bevroren sneeuw. Zakte traag weer de helling af. Gertrud waggelde het huis weer binnen, kwam buiten met de aslade van de haard, en strooide de ijsbaan in twee sporen vol. De auto schoot naar de straat toe, slipte nog even, stond toen scheef dwars over de straat terwijl het portier openzwiepte. Gertrud kroop moeilijk naar binnen. Tijdens de rit, die aan veertig kilometer per uur verliep, brak haar water. [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. De Standaard 30/04/2014 om 18:33 door sdv Barman na 15 jaar schuldig bevonden aan roofmoord
  3. Stefan Hertmans (1985)– [tijdschrift] Gids, De Edward
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be