apenjaren

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • apen·ja·ren
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - apenjaren
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

apenjaren mv

  1. de puberale leeftijd waarop jongeren zich vaker misdragen en met name meer apenstreken uithalen
Synoniemen

Gangbaarheid

52 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be