aanmeten

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·me·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanmeten
mat aan
aangemeten
klasse 5 volledig

Werkwoord

aanmeten

  1. overgankelijk de maat nemen om iets passends te kunnen maken
    • Hem werd een splinternieuw pak aangemeten. 
     Wanneer de prinses een nieuw model jurk draagt of zich een ander kapsel laat aanmeten, volgt iedere vrouw in de stad haar voorbeeld.[1]
  2. doen alsof
     ‘En geloof me, met een grizzlybeer willen jullie geen ruzie krijgen. ’Op de achterbank had de tweeling zich een denkgezicht aangemeten.[2]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Danielle Teller (vert. Marja Borg) “Er was eens iets anders” (2018), Ambo/Anthos uitgevers  , ISBN 9789026346477
  2. Suzanne Vermeer  All-inclusive”   (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be