Nederlandstalig

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Ne·der·lands·ta·lig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen Nederlandstalig
verbogen Nederlandstalige
partitief Nederlandstaligs - -

Bijvoeglijk naamwoord

Nederlandstalig

  1. Nederlands als moedertaal hebbend
    • Het Nederlandstalige deel van België wordt Vlaanderen genoemd. 

Meer informatie

Gangbaarheid