• zwin·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zwingen
zwong
gezwongen
klasse 3 volledig

zwingen

  1. overgankelijk (verouderd) slingeren, met een zwaai of slingerende beweging doen terechtkomen
     want van het heele ding had zij alleen dit onthouden, dat men met haar als met eene lichte houten pop, de trede waarop Mossieu Maît'e en zijn beide dochters troonden, wel vijfentwintig keeren was voorbij gezwongen[2]
     dees heeft hij luchtig opgeheven
    En met manlijker hand boven zijnen hoofde gezwongen.
    [3]

de zwingenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zwing
  1. zwingen op website: Etymologiebank.nl
  2.   Weblink bron
    Victor de Veen
    Een dansfeestje in de kostschool in: De Vlaamsche Kunstbode, Jaargang 8 (1878), E. Todt, Gent / J. Noordendorp, Amsterdam, p. 109-110 op dbnl.org  
  3.   Weblink bron
    D.V. Coornhert
    Het achtste boek Odysseae Homeri in: De dolinge van Ulysse. Homerus' Odysseia I-XVIII in Nederlandse verzen (1939), Elsevier, Amsterdam, p. 160 op dbnl.org