zilverstuk


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zil·ver·stuk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zilverstuk zilverstukken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zilverstuk o [1]

  1. voorwerp gemaakt van zilver
     Een Poolse man vond het zilverstuk meer dan tien jaar geleden in de ruïnes van het getto. Sinds kort is het in handen van een Holocaustinstituut dat het exemplaar in Israël tentoon zal laten stellen. In de oorlog moet het een zeer schaars en daardoor waardevol item zijn geweest, aldus het instituut.[2]
  2. zilveren munt
     Al zou ik dan verder helemaal niets aan de dienst hebben, ik ben er toch geweest om mijn steentje –in dit geval mijn zilverstuk– bij te dragen.[3]
Synoniemen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2.   Weblink bron “Zilveren sigarettendoos van Joodse handwerker gevonden” (22 nov. 2018), De Telegraaf
  3.   Weblink bron “Zakken vol ongeloof” (07-02-2011), Reformatorisch Dagblad