zee-ijs

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zee-ijs
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zee-ijs -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zee-ijs o

  1. op zeeën en oceanen drijvende stukken ijs
    «Op 13 maart bereikte het zee-ijs in het Noordpoolgebied een maximale omvang van 14,78 miljoen vierkante kilometer.[1]»


Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen