wrijflap


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wrijf·lap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wrijflap wrijflappen
verkleinwoord wrijflapje wrijflapjes

Zelfstandig naamwoord

wrijflap m [1]

  1. een doek waarmee men hout kan opwrijven zodat het weer glimt
    • Op dit vroege morgenuur wordt 's Ministers vertrek gelucht, houdt de hand van schoonmaaksters er huis en ontwijden wrijflap en ragebol de bureaucratische indrukwekkendheid van het door Thorbecke befaamd geworden ‘Torentje.’ [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. (1881)– [tijdschrift] Gids, De In den ‘komkommertijd’.
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be