wortelig


Nederlands

 
[2] wortelig
Uitspraak
Woordafbreking
  • wor·te·lig
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van wortel met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen wortelig worteliger worteligst
verbogen wortelige worteligere worteligste
partitief worteligs worteligers -

Bijvoeglijk naamwoord

wortelig

  1. lijkend op een wortel
  2. met veel wortels
Synoniemen

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
68 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be