woningwetwoning

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wo·ning·wet·wo·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord woningwetwoning woningwetwoningen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

woningwetwoning v

  1. een woning die gebouwd is in het kader van de woningwet
Vertalingen


Meer informatie