vrouwtje

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrouw·tje
enkelvoud meervoud
naamwoord
verkleinwoord vrouwtje vrouwtjes

Zelfstandig naamwoord

vrouwtje v dim. tant.

  1. dier van het vrouwelijk geslacht
  2. bazin van een huisdier
  3. contrastekker
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

vrouwtje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord vrouw

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be