vreugdevol

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vreug·de·vol
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vreugdevol vreugdevoller vreugdevolst
verbogen vreugdevolle vreugdevollere vreugdevolste
partitief vreugdevols vreugdevollers -

Bijvoeglijk naamwoord

vreugdevol

  1. met veel vreugde
    • Het was een vreugdevolle dag toen de gevangen man werd vrijgelaten, iedereen moest lachen, springen en dansen. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be