• vlin·der·soort
enkelvoud meervoud
naamwoord vlindersoort vlindersoorten
verkleinwoord vlindersoortje vlindersoortjes

de vlindersoortv / m [1]

  1. soort horend tot de orde der vlinders Lepidoptera  
     Op een groot eiland kan de populatie groeien tot misschien wel duizenden exemplaren en de overleving van de vlindersoort is daarmee verzekerd.[2]
     Janzen en zijn medewerkers begonnen te vermoeden dat er onder de clownspakjes meer dan één vlindersoort schuilging.[3]
     De vlindersoort 'het gentiaanblauwtje' is bijvoorbeeld afhankelijk van de blauwe plant gentiaan. Die staat ook onder druk door de stijging van de temperatuur. "En als de gentiaan verdwijnt, dan verdwijnt ook het gentiaanblauwtje."[4]


  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. “Darwin in de stad” (2018), Atlas Contact  , ISBN 9789045036267
  3. “Waarom zijn er zoveel soorten” (2016), Atlas Contact  , ISBN 9789045031422
  4.   Weblink bron
    Jozephine Trehy
    “Toekomst 'te warm voor veel bomen', maar precies goed voor nieuwe soorten” (Dinsdag 14 augustus 2018, 15:54), NOS