vijfmaal

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vijf·maal
Woordherkomst en -opbouw

Telbijwoord

vijfmaal

  1. in vijf gevallen
    • Hij is al vijfmaal daarvoor veroordeeld. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be