vervormen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·vor·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vervormen
vervormde
vervormd
zwak -d volledig

Werkwoord

vervormen

  1. overgankelijk de vorm van iets doen veranderen, meestal ten nadele ervan
    • De slecht microfoon vervormde het geluid danig. 
  2. ergatief het proces van vormverandering, gewoonlijk in negatieve zin
    • Het geluid vervormde danig door de slechte kwaliteit van de microfoon. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be