verrijzen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·rij·zen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verrijzen
verrees
verrezen
klasse 1 volledig

Werkwoord

verrijzen

  1. ergatief zich verheffen, van de grond komen
    • Er verrezen een aantal grote wolkenkrabbers in het centrum van de stad. 
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be