verlangeloos

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·lan·ge·loos
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen verlangeloos verlangelozer verlangeloost
verbogen verlangeloze verlangelozere verlangelooste
partitief verlangeloos verlangelozers -

Bijvoeglijk naamwoord

verlangeloos

  1. zonder te verlangen
    • Nadat onze grootste wens vervult is zijn we maar eventjes verlangeloos, want daarna hebben we weer een nieuw verlangen. 
Synoniemen

Gangbaarheid