Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • va·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vaten
vaatte
gevaat
zwak -t volledig

Werkwoord

vaten

  1. inergatief (informeel) de afwas doen
  2. overgankelijk in tonnen stoppen
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

vaten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord vat

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen