vandoor

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • van·door
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

vandoor

  1. prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord.
    • ervandoor: Hij is er met de centen vandoor. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • Er vandoor gaan
Weggaan, vertrekken
•  Er vormden zich wat onverwachte stellen aan de bar en een van de jongens ging er met de barvrouw vandoor. [1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors: Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada, 2018
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be