tafelgoed


Nederlands

Uitspraak
 
[2] tafelgoed van damast
Woordafbreking
  • ta·fel·goed
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tafelgoed
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tafelgoed o [2]

  1. alles wat men op een tafel zet of legt om deze klaar te maken voor de maaltijd
     Porringers waren oorspronkelijk bedoeld om pap uit te serveren, maar later werd het tafelgoed gebruikt om mee te pronken. Dit 20 centimeter hoge exemplaar heeft een deksel en twee oren, en is voorzien het gegraveerde wapen van Willem III.[3]
     Al het tentoongestelde tafelgoed is afkomstig uit Paleis Noordeinde, uit de collectie van koningin Beatrix. Hare Majesteit heeft de tafelschikkingen ook zelf bekeken. Eerst een proefopstelling in Den Haag. Vervolgens bezocht koningin Beatrix op 7 november de definitieve opstelling in Paleis Het Loo, „voor een laatste inspectie”, aldus Wies Erkelens.[4]
  2. tafellinnen
     Kitty doet veel meer dan keukendoeken. Omdat sierkunstenaar Chris Lebeau (1878-1945) -de damastontwerper van Dissel- anarchist is en weigert tafelgoed te ontwerpen voor koninklijke families is Kitty degene die tot drie maal toe damast ontwerpt voor het Nederlandse koningshuis.[5]
     De koninklijke huishouding zoekt naast een butler ook een medewerker voor de linnenkamer. Die moet „modern en antiek linnen- en wasgoed, waaronder fijn tafelgoed en kant uit de jaren 1900 kunnen verdelen, onderhouden en herstellen”.[6]
Hyponiemen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. tafelgoed op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3.   Weblink bron “Loo koopt unieke kom Willem III” (19-12-2013), NOS
  4.   Weblink bron Geertje Bikker-Otten “Bij de koningin aan tafel” (12-12-2003), Reformatorisch Dagblad
  5.   Weblink bron Clasina van den Heuvel “Dienstbaar aan dagelijksheid” (02-02-2007), Reformatorisch Dagblad
  6.   Weblink bron “Britse vorstin zoekt nieuwe butler” (23-03-2012), Reformatorisch Dagblad