straatlengte

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • straat·leng·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord straatlengte straatlengtes
straatlengten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

straatlengte v [1]

  1. (figuurlijk) een grote afstand
    • Onmiddellijk daarna kwamen de eerste prognoses naar buiten. Welke winnaar die zouden opleveren, leek al op voorhand vast te liggen: peilingen gaven Merkels christendemocratische CDU/CSU al maandenlang een straatlengte voorsprong op de sociaaldemocratische SPD van haar uitdager Martin Schulz.[2] 
    • Labour staat in de peilingen een straatlengte achter op de Conservatieven. Als er nu verkiezingen worden gehouden, haalt Corbyn ongeveer vijfentwintig procent van de stemmen, tegen vijftig procent voor de Conservatieven. Binnen zijn eigen partij ligt Corbyn onder vuur. Gematigde partijleden vinden hem te links om een serieuze kans te maken op het premierschap.[3] 

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard 24/09/2017 om 19:42 door Wle
  3. Tubantia 23-APRIL-17