Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sle·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen sletig sletiger sletigst
verbogen sletige sletigere sletigste
partitief sletigs sletigers -

Bijvoeglijk naamwoord

sletig

  1. slijtage veroorzakend
     Het klikte zelfs. We pendelden ook samen. In zijn auto had hij een oude schoen liggen, om te rijden. Want gas geven, zei hij, dat is zeer sletig voor de hielen. Jan Becaus ten voeten uit.[1]

Gangbaarheid

32 % van de Nederlanders;
56 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron “Niets is wat het lijkt, zelfs Jan Becaus niet” (31 juli 2013), De Morgen
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be