schoolbus

Nederlands

 
Amerikaanse schoolbus
Uitspraak
Woordafbreking
  • school·bus
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schoolbus schoolbussen
verkleinwoord schoolbusje schoolbusjes

Zelfstandig naamwoord

schoolbus m

  1. (onderwijs), (verkeer) autobus die kinderen naar en van school rijdt

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be