Hoofdmenu openen

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rijst·scho·tel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rijstschotel rijstschotels
verkleinwoord rijstschoteltje rijstschoteltjes

Zelfstandig naamwoord

rijstschotel v / m

  1. (voeding) gerecht met rijst als hoofdbestanddeel

Gangbaarheid

Meer informatie