randmeer

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rand·meer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord randmeer randmeren
verkleinwoord randmeertje randmeertjes

Zelfstandig naamwoord

randmeer o

  1. een water rondom een polder dat als doel heeft de waterhuishouding van de polder te isoleren van het omliggende land
    • Ter voorkoming van uitdroging van het omliggende land werden om Oostelijk en Zuidelijk Flevoland randmeren aangelegd. 

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
59 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be