randfiguur

Nederlands

 
herman de vries een bijzonder randfiguur die zijn naam zonder hoofdletters schrijft
 
[2] bord met randfiguur
Uitspraak
Woordafbreking
  • rand·fi·guur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord randfiguur randfiguren
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

randfiguur v/m

  1. persoon die (al of niet uit eigen keuze) niet deelneemt aan het 'normale' leven, vaak (maar lang niet altijd) een minder belangrijk persoon, een bijzonder persoon
    • Een tijger loopt het liefst in zijn eentje door het woud, mieren gaan per duizenden, oesters per dozijn (grapje) en een ontwikkelde primaat als de chimpansee of de mens voelt zich het beste in een groep van rond de dertig. Een vriendengroep is ongeveer dertig, net als een goed familiefeest. Voetballen doe je met twee elftallen en een paar randfiguren, zodat je nog precies weet wie wie is. In zulke groepen voelt een mens zich goed.’ [1] 
    • ,,We hebben onze buik vol van die randfiguren die elke keer proberen een mooie voetbalmiddag te verpesten.” Utrecht doet ook onderzoek naar een kwetsend spandoek dat in het uitvak hing. [2] 
  2. een figuur aan de rand van een voorwerp
Synoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. de Standaard ZATERDAG 30 SEPTEMBER 2017
  2. Tubantia 01-november-2015
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be